Filmmakers over de hele wereld zijn bezig met films die in toon, stijl en sfeer opvallend veel op elkaar lijken: films die de tijd doormidden snijden. Dat levert een nieuwe hyperrealistische cinema op.
Wat maakt een film nou neoneorealistisch? Om een paar ding te noemen die vaak terugkomen: non-professionele of onbekende acteurs, een mix van fictie en documentaire om dichter bij de werkelijkheid te blijven, verhalen die zich zonder dramatische uitschieters voortbewegen en nooit plotsgedreven zijn, gefilmd in een beweeglijke, persoonlijke stijl en met veel aandacht voor stilte. En voor stilstand. Voor antifilm eigenlijk, als je nagaat dat film beweging is. De verdichting van de werkelijkheid wordt op die momenten losgelaten: de tijd wordt uitgerekt en iemand staat ineens een minuut voor zich uit te staren. Alleen de ademhaling is te horen. Of er is helemaal niets te horen.Niet als kunstig trucje, let wel. Als het goed is gedaan, gaat op die momenten precies door je heen wat de hoofdpersoon voelt. In alle ongrijpbare wijdte en diepte. Pas dan kijk je echt door de ogen van die ander.
Daardoor wordt die schijnbare stilstand emotioneel juist heel intens. Maar deze films doen niet aan psychologieren. Daarom is de acteursregie van deze films zo cruciaal. En daarom ook is die ongerwijfeld zonder uitzondering heel erg goed.
De nieuwe filmmakers gaan verder. Bij hen is alles de straat. Als hun personages al ergens wonen, en als dat al in beeld komt, dan wonen ze op anonieme plekken: huurflats, stdentenwoningen. Of ze verblijven buiten, of rijden in auto's, of zitten langs de kant van de weg, of zijn onderweg van het ene naar het andere punt. Ze aarden nergens, want ze zijn altijd op doorreis. De straat, het 'buiten' is voor deze makers niet een publiek maar juiste een pesoonlijke ruimte. Niet de confrontatie met de ander vindt daar plaats, maar de confrontatie me het zelf.