Over het onbehagelijke gevoel da the werk "Floating" van Aernout Mik je geeft.
De scene heeft zicht ontvouwd en we hebben er een chronologische volgorde van de gebeurtenissen in gezien. Maar heeft de kijker altijd op deze manier geredeneerd? Zijn we altijd blind of onverschillig geweest voor wat we de "ontbrekende schakels" kunnen noemen?
Wij zijn gewend geraakt aan een verhaal met een begin en een einde, zonder overbodige herhalingen. Als gevolg hiervan projecteren we deze geregisseerde percepti (van de representatie) op de wereld om ons heen en proberen ons leven aan de hand hiervan vorm te geven. Onze werkelijkheid wordt bijeen gehouden door lijm van fictie -en dat is waarschijnlijk altijd al zo geweest- maar we kunnen dit, zelfs als we het weten, niet van ons afschudden or rechtzetten: niet terwijl we nog midden in het verhaal zitten. In het heden zijn ontbrekende schakels blinde vlekken.
De wijze waarop we projecteren mag dan consequent, en daarmee genadeloos zijn, toch kijken we zoals hierboven gezegd, zo nu en dan door de noodzakelijke onzin van onze dagelijkse rituelen heen. A Mik lijkt te spelen met de noodzaak van de onzin met de aanwezigheid van codes in onze kijk op de werkelijkheid. Hij bant deze niet uit, maar beseft de noodzaak ervan en trekt di in twijfel of liever, maak ze zichtbaar.